Brugge

Voor haastwerk moet je niet in Brugge zijn, dan krijg je de sfeer van deze bijzondere stad niet goed mee. De meest opvallende bezienswaardigheden van Brugge zijn namelijk de 117.377 Bruggelingen (en niet Bruggenaren, zoals vele Nederlanders denken) zelf. Als je na een bezoek aan deze stad niet met een glimlach vertrekt, dan ligt dat zeker en vast aan jezelf. De stad zelf wordt vaak omschreven als dé ideale plek voor een romantische stedentrip binnen België. Dat is niet lastig voor te stellen, soms lijkt het namelijk of de tijd hier heeft stilgestaan. Dat geldt zeker voor de historische binnenstad die al sinds 2000 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat. Fraaie oude gevels, binnenstraten en pleinen geven de hele binnenstad het idee van één groot openluchtmuseum. Het feit dat die binnenstad grotendeels autovrij is én er behoorlijk wat toeristen worden vervoerd in paardenkoetsen, dragen bij aan de historische sfeer. Omdat de stad ook nog eens doorkruist wordt door vele kanalen die druk bevaren worden door toeristenbootjes, leverde dit Brugge de bijnaam Venetië van het Noorden op. Daar zijn er meerdere van, zoals in Nederland bijvoorbeeld Giethoorn en Amsterdam, maar Brugge komt toch het meest dicht in de buurt om de vergelijking met het echte Venetië in Italië te doorstaan. Behalve de binnenstad is het ook absoluut een aanrader om een trip naar Zeebrugge te maken dat tien kilometer verderop ligt. Het is de op Antwerpen na meest belangrijke zeehaven van België. Kortom: het geheim achter Brugge is sfeer, historie én vooral de tijd nemen om de stad in je op te nemen.

Meer info    
     
     

Bezienswaardigheden

Een goed idee om je stedentrip te beginnen, is met een wandeling naar de Grote Markt. Daarmee word je meteen in de bijzondere sfeer van deze stad ondergedompeld. Je vindt er het bekendste monument van de stad, de 12e eeuwse toren Belfort. Tot het bijzonder bouwkundig erfgoed in Brugge behoren ook de vele oude stadspoorten, die her en der in het straatbeeld opduiken. Verder zul je beslist enkele van de religieuze gebouwen moeten bezoeken, zoals het Engels klooster en de Begijnhof Ten Wijngaerde.

 

Venetië van het Noorden: boottocht over de reien

Na een Brugse Zot, een authentiek Brugs biertje, op een zonovergoten terras in het centrum is het slechts een kort eindje wandelen naar een van de 5 opstapplekken van het toeristenbootje waarmee je van maart tot oktober de “Brugse reien” kunt bevaren. Die zijn vernoemd naar de rivier de Reie, die door de stad stroomde. Die heeft plaatsgemaakt voor een netwerk aan grote en kleine kanaaltjes. De reien maken deel uit van de geschiedenis van Brugge en wie er in een bootje over de reien dobbert, kan die geschiedenis goed vervolgen. Veel van de historische gebouwen in Brugge zijn namelijk vanaf het water te bewonderen. Typisch zijn ook de vele boogbruggen die over de reien zijn gebouwd, zodat voetgangers en fietsers het water kunnen oversteken. Zelf wijst de Bruggeling altijd op de vele zwanen die het water doorkruisen. Deze zwanen zijn sinds jaar en dag met de stad Brugge verbonden, er stamt zelfs een factuur uit het jaar 1403 voor het onderhoud van de zwanen. Een oude historie uit Brugge verhaalt van deze “verplighting ten eeuwighe dage” om de zogenoemde “langhalzen” te onderhouden, opgelegd door Maximiliaan van Oostenrijk na de tweede Vlaamse opstand. Het verhaal voert terug op de onthoofding van getrouwen van diezelfde Max en dit was zijn wraak.

 

Heilig-Bloedprocessie en de Gouden Boomstoet

Brugge is geliefd bij inwoners en bezoekers om de vele festivals, processies en “stoeten”. De bekendste is wel de Heilig-Bloedprocessie die elk jaar met Hemelvaartsdag plaatsvindt. Aan de processie nemen zo’n 1700 figuranten deel en kent gemiddeld zo’n 50.000 toeschouwers die langs het parcours van de stoet de fraaie uitmonstering van de deelnemers bewonderen. Tijdens de processie worden Bijbelse taferelen uitgebeeld, tevens was het in de oorsprong een optocht van alle oude gilden en ambachten die Brugge rijk was. Na wat aanpassingen bevat de huidige stoet naast het centrale thema “bloed” ook een bonte verzameling van muziekkorpsen, grote groepen ruiters op paarden en verder ook de nodige andere beesten die meelopen zoals ezels en kamelen. Het “Heilig Bloed”, dat is het bloed van Christus dat bewaard wordt in de Basiliek van het Heilig Bloed in Brugge. Het is een relikwie dat vanuit Jeruzalem naar Brugge is gebracht en is één van de acht overgebleven relieken van het leven van Christus. Je kunt dit relikwie dagelijks bewonderen tijdens de openingsuren van deze basiliek, je bent dus niet beperkt tot die ene dag in het jaar, Hemelvaartsdag. Een andere, minder bekende stoet is de Gouden Boomstoet waarbij onder meer zes stadsreuzen meelopen te midden van zo’n 2000 figuranten.

 

Zeebrugge, Seafront en Boudewijn Seapark

Zeebrugge is de iets verderop gelegen zeehaven van Brugge en is van enorme betekenis voor de stad. Het is een van de belangrijkste havens in Europa en op Antwerpen na de belangrijkste haven van België. Op wereldschaal is het de belangrijkste haven voor wat betreft de import en export van voertuigen. Vanaf hier vertrekken diverse veerdiensten van en naar Groot-Brittanië. Tevens is Zeebrugge de grootste passagiers- en cruisehaven van het land. Verder vind je er een basis van de Belgische marine, een forse jachthaven en de grootste vissershaven van het land. Het feit dat de haven van Brugge zo’n enorme economische betekenis heeft, wordt verklaard doordat ze ligt aan de kust van de Noordzee. Er is geen zee te vinden die drukker bevaren wordt, wereldwijd! Even verderop ligt Seafront, een themapark rond visserij en maritieme geschiedenis dat jaarlijks zo’n 50.000 bezoekers trekt. Je vindt er onder meer een oude Russische duikboot. Overigens niet te verwarren met het Boudewijn Seapark, ook wel Boudewijnpark genoemd, met een heus dolfinarium waar je onder meer 9 tuimelaardolfijnen kunt zien. Het Seapark ligt niet zoals Seafront bij Zeebrugge maar in Sint-Michiels, een deelgemeente van Brugge. Ook dit is zeker de moeite van een bezoekje waard!

 

Brugge kermisstad: 23 kermissen

Brugge kent zo’n 23 kermissen per jaar. Van oorsprong is een kermis een jaarmarkt, maar in Brugge vindt er onder de vlag van de kermis veel meer plaats dan enkel een markt. De meest bekende kermis in Brugge is de zogenoemde Meifoor. Deze werd voor het eerst gehouden in het jaar 1200, vindt telkens in mei plaats en duurt ongeveer een maand. Startsein wordt jaarlijks gegeven op de derde vrijdag na Pasen. Vooral het begin van deze kermis is drukbezocht, ze start met een verklede kinderstoet en de eerste dag wordt afgesloten met een groot vuurwerk. Gedurende de maand dat de Meifoor plaatsvindt, zijn er doorgaans zo’n 100 attracties die bezocht kunnen worden. Vond de Meifoor lang plaats op de Markt in Brugge, inmiddels is het evenement vanwege de grootte verplaatst naar ’t Zand en neemt een groot deel van deze buurt annex plein in beslag. Overigens is het plein een bezienswaardigheid op zich. Het is het grootste plein van Brugge en heeft een fontein met meerdere fraaie beeldengroepen. Behalve de kermis vindt hier op zaterdag ook de wekelijkse markt plaats, de zaterdagmarkt. Andere drukbezochte kermissen in Brugge zijn de Winterfoor, de Halfvastenkermis en de Paaskermis.

 

Brouwerijmuseum, Brugs biermuseum en Duvelorium

In Brugge hoort bij een beetje feest ook een goed glas bier. Dat hoeft niet meteen een braspartij te worden, wonderwel zijn de Bruggelingen er namelijk in geslaagd ook wat cultuur toe te voegen aan de overige gerstenat ingrediënten. We noemden al de Brugse Zot, het stadsbier dat door de Bruggeling zelf vroeger nog wel eens koppijnbier werd genoemd. De brouwer van dit stadsbier, brouwerij De Halve Maan, exploiteert ook het Brouwerijmuseum. Dit ligt tegenwoordig in een kelderverdieping van deze brouwerij aan het Walplein. Je kunt er het hele brouwproces, oude brouwmachines en de hele folklore rondom Brugge en bier bewonderen. Een ander museum, het Brugs Biermuseum, vind je op de hoek van de Grote Markt en de Breidelstraat. Je kunt er, in 10 verschillende talen, de geschiedenis van het bier vervolgen vanaf het ontstaan in Mesopotamië. Uiteraard kan er ook bier worden geproefd in de zogenoemde degustatieruimte. Wie na deze 2 musea nog fris en fruitig is, kan nog even afzakken naar het Duvelorium in de buurt van de Grote Markt. Het is een van de mooiste cafés van België en staat volledig in het teken van het Belgische biermerk Duvel. Uiteraard kun je er ook iets anders drinken.

 

Grote Markt en Belfort

De Grote Markt van Brugge wordt door de inwoners van de stad zelf sinds jaar en dag gewoon Markt genoemd en dat is sinds 1936 ook de formele naam geworden. Tussen 1807 en 1810 heette het plein noodgedwongen Place Napoléon, maar de Bruggelingen vergeten dit Frans tussendoortje liever snel. De Markt bevindt zich, hoe kan het ook anders, centraal in het hart van de historische binnenstad. Al rond het jaar 1200 werd er hier een internationale jaarmarkt gehouden. Behalve leuke evenementen zoals markten, kermissen en stoeten werden hier echter ook vele terechtstellingen voltrokken, die eveneens een groot publiek trokken. Iedere woensdagvoormiddag is er tegenwoordig een grote weekmarkt. Uiteraard is ook in deze havenstad de vishandel op de Markt prominent aanwezig, evenals vele stamineekes aan deze en gene zijde. Mocht het plein je trouwens bekend voorkomen, dat kan: het is ook het vertrekpunt van de jaarlijkse Ronde van Vlaanderen. Het meest in het oog springende gebouw aan de markt is het Belfort, ook wel bekend als de Halletoren. In deze 83 meter hoge klokkentoren werd in vroegere tijden de stadskas bewaard en bewaakt, vandaag de dag kun je de toren met 366 treden zelf beklimmen met als beloning een adembenemend panorama.

 

Eten en drinken in Brugge

Wie Brugge bezoekt, zal zeker niet omkomen van de dorst gezien de vele brouwerijen, maar ook niet van de honger. Alleen al de binnenstad kent meer dan 500 horeca-uitspanningen. Het is niet te doen om ook maar een begin van een overzicht voor deze op het vlak van horeca bruisende stad te maken. Wel is het allemaal wat minder hip dan in een studentenstad, eten en drinken in Brugge is vaak toch nog wat aan de traditionele kant. Geen grootschalig “blurring” (versmelten van branches), afgezien van een enkele boekenzaak waar je een hapje kunt eten. Geen probleem overigens, het past wel allemaal bij het imago van Brugge als openluchtmuseum. Als we dan toch wat tips moeten geven: mosselen, zeevis en Vlaamse stoofpot worden vaak verrassend gecombineerd met speciaalbieren. Geen blurring, wel geslaagd food pairing dus. O ja, Brugge kent meer dan 50 chocoladewinkels. Verder is er ook een chocolademuseum en vindt er elk jaar een chocoladefestival plaats. Als souvenir is een chocolade lekkernij als het Brugsch Swaentje (de formele stadspraline) uitermate geschikt, maar deze is natuurlijk ook lekker om ter plekke even zelf te proberen. En als we dan toch aan het snoepen zijn: Brugse kletskoppen moet je een keer in je leven in Brugge zelf geproefd hebben.

 

Geschiedenis

Aan de huidige status van Brugge als belangrijke havenstad, economisch centrum en toeristisch trekpleister gaat een lang verhaal vooraf. Zoals zoveel steden in de lage landen start de geschiedenis van Brugge met een hoofstukje “Romeinen”. In de 2e eeuw na Christus bevond zich hier een Gallo-Romeinse nederzetting. De naam Brugge komen we echter pas voor het eerst tegen rond 850. Langzaam maar zeker groeide de stad uit tot belangrijke havenstad. Even nog dreigde zo rond de 11e eeuw roet, of beter zand, in het eten te worden gegooid omdat de verbinding tussen Brugge en de kust dreigde dicht te slibben. Door gebruik van het Zwin, de vaargeul tussen Brugge en de zee, werd dit voorkomen. Van de 13e tot de 15e eeuw mag de zeehavenstad Brugge zich dan onbetwist de economische hoofdstad van Noordwest-Europa noemen. Dit zorgt er wel voor dat in de loop der jaren de nationaliteit nogal eens wisselt, de stad valt afwisselend onder Oostenrijks, Frans, Belgisch en Nederlands bewind. Het gaat de stad echter letterlijk voor de (zee)wind en dat is terug te vinden tot op de dag van vandaag. Dit laatste vooral omdat de stad gedurende de twee wereldoorlogen nagenoeg niet getroffen is door vernielingen.

 

Inwoners

In sommige periodes van het jaar wordt Brugge vaker bezocht dan de Belgische hoofdstad Brussel. De Bruggeling zelf verzucht soms dat er meer buitenlanders dan Belgen rondlopen in zijn stad. Dat is echter gekscherend bedoeld. Als toerist Brugge bezoeken zonder dat je minstens een goed gesprek gevoerd én een pint gedronken hebt met een Bruggeling is dan ook geen goed idee. De bijnaam van de Bruggelingen is “Brugse Zotten”, een naam die je vaker zult tegenkomen als je door de stad flaneert. De naam werd bedacht door de voorheen al genoemde Maximiliaan van Oostenrijk, die vond dat zijn onderdanen zich bij tijd en wijle nogal vreemd gedroegen. Hij noemde de stad zelfs vanwege de vele feesten een regelrecht zothuis. Sindsdien gebruiken de inwoners van Brugge de naam zo’n beetje als geuzennaam voor zichzelf. De Brugse humor is legendarisch. De vader van de oerkomische dr. Evil (ken je hem nog, de slechterik uit de filmreeks Austin Powers met Mike Myers) was niet voor niets een Belgische bakker uit Brugge. Wie de Bruggelingen wil ontmoeten: iedere woensdagvoormiddag wordt er op de Grote Markt een markt gehouden, succes verzekerd. ’s Avond kun je terecht in de omgeving van de Eiermarkt, Kraanplein en ’t Zand, bekende uitgaansgelegenheden met clubs en (dans)café’s.

 

Vervoer

Uiteraard kun je met een boot naar een stad met haven als Brugge reizen, jachthavens en aanmeerplaatsen zijn er bijvoorbeeld bij de Coupure en aan de Houtkaai. De meesten van ons zullen echter met de auto gaan. De verschillende toegangswegen naar de stad zijn goed ontsloten, je rijdt er vanuit Nederland gemakkelijk naar toe. Eenmaal in Brugge aangekomen, moet je echter opletten. Hoewel er een stadsring rondom het centrum van Brugge loopt (de R30), is de binnenstad namelijk nagenoeg autovrij. Je zou er dus ook voor kunnen kiezen om met het openbaar vervoer te reizen. Het hoofdstation, Station Brugge, ligt uiteraard centraal. Brugge is per IC trein rechtstreeks verbonden met de meeste grote steden, met name Luik is voor de Nederlandse reiziger interessant. Daarnaast zijn er nog 4 kleine treinstations. In de stad zelf wordt er vooral gebruik gemaakt van een uitstekend netwerk van stadsbussen, die de oude stadstrammen inmiddels nagenoeg volledig hebben vervangen. Wel kun je nog steeds de Kusttram nemen, die begint in Knokke en eindigt in Adinkerke bij Frankrijk. Het is de langste tramlijn ter wereld, 67 km, en rijdt via Zeebrugge. Ten slotte kun je in Brugge gebruikmaken van de vele paardenkoetsen voor toeristen.

 

Visum en Reisinformatie

Brugge staat, hoewel drukbezocht, niet bekend als een onveilige stad. Een goede reisverzekering is voor elke reis echter een goed idee, dus ook voor Brugge. De Europese zorgpas dekt je spoedeisende zorgkosten zolang ze overeenkomen met de tarieven in Nederland, het is daarom belangrijk om aanvullend verzekerd te zijn voor je zorgkosten mochten die optreden tijdens je reis naar Brugge. Een reisverzekering dekt standaard buitengewone kosten voor noodhulp, een onvoorziene eerdere terugreis of langer verblijf door nood. Verder zijn er modules bij te verzekeren waarbij schade door verlies of diefstal van je bagage, erg belangrijk is. Ga je vaker op reis, dan is een doorlopende reisverzekering zeker aan te raden. Maak thuis een kopie van je paspoort en schrijf daar ook de telefoonnummers op van je verzekering en banken, om in geval van diefstal, je pasjes te kunnen blokkeren. Houd dit papier veilig en apart van je echte paspoort en pasjes. Als je om de een of andere reden direct een arts nodig heeft, dan kun je een van de vele gezondheidscentra opzoeken of de arts bellen. Toch een noodgeval? Bellen naar 112 of 100 levert hetzelfde resultaat op, je komt bij dezelfde centrale terecht die dringende noodhulp regelt. Heb je politie nodig, bel dan naar 101.