Nice
     
 

Nice

Nice behoort samen met Cannes, Monaco en St. Tropez tot de grootste trekpleisters van de Cote d’Azur en de Franse Riviera. Met zo’n 350.000 inwoners is Nice ook de grootste stad aan de Cote d’Azur en tevens de hoofdstad van het departement Alpes-Maritimes. Vlak bij de stad ligt ook het vliegveld Nice-Cote d’Azur waar elke zomer voor vele honderdduizenden toeristen de vakantie aan de Franse Riviera begint. Deze regio is al vele tientallen jaren erg in trek bij vakantiegangers die op zoek zijn naar zon, zee en strand. Het mediterrane klimaat van Nice en de Franse Riviera brengt meer dan 300 dagen zon, milde winters en warme, maar geen overdreven hete, zomers. De gemiddelde maximum temperatuur schommelt van juni tot en met september tussen de 23 en 27 graden en de temperatuur van het zeewater ligt dan rond de 22 graden. Ideaal voor een strandvakantie waarbij je heerlijk in de zee kunt dobberen en niet te heet voor andere activiteiten, zoals een bezoek aan een museum of een wandeling. Nice is ook een populaire plek voor overwinteraars die tijdens de koude en natte West-Europese wintermaanden ervoor kiezen om enkele maanden in een appartement aan de Franse Riviera te verblijven. Aanvankelijk, in het midden van de 19e eeuw, werd Nice in de winter vooral door Engelse rijken en aristocraten bevolkt. Die lieten ook de bekende Promenade des Anglais, met de vele dure hotels en restaurants, bouwen. Inmiddels overwinteren in Nice en aan de Cote d’Azur ook steeds meer Nederlanders en andere Europeanen. Kortom, Nice is een van de meest ideale vakantieplekken waar je zowel in de zomer als in de winter prima kunt vertoeven en je je nooit hoeft te vervelen.

Meer info    
     
     

Bezienswaardigheden

De eerste nederzettingen op de plek waar sindsdien de stad Nice verrezen is, dateren van meer dan 400.000 jaar geleden. Daarnaast is Nice in de afgelopen 10 eeuwen afwisselend in handen geweest van Spaanse, Italiaanse, Franse en zelfs Oostenrijkse heersers. Dat heeft ertoe geleid dat de stad en omgeving vol ligt met bezienswaardige gebouwen, parken, musea en boulevards. Van de bekende Promenade des Anglais tot het Matisse Museum en van Vieux Nice tot en met de Romeinse opgravingen van Cemelenum.

 

Promenade des Anglais

De Promenade des Anglais, of “La Prom”, is zonder enige twijfel de bekendste boulevard van Nice. Hij loopt van de zuidkant van de stad, vlakbij de luchthaven, tot de aan het park Albert Premier in het centrum van Vieux Nice. Zijn naam dankt de promenade aan de welgestelde en aristocratische Engelsen die de boulevard in de jaren 20 van de 19e eeuw bouwden als ultieme relax plek tijdens het overwinteren aan de Cote d’Azur. Over een lengte van ruim 7 kilometer kun je over het strand, langs de Middellandse Zee, wandelen of je vergapen aan de vele luxe hotels, restaurants en winkels aan de noordkant van de promenade. Een bezoekje aan de Salon Royal van Hotel Negresco is zeker de moeite waard. Maar er liggen ook diverse musea langs de boulevard. De stranden van La Prom staan vol met blauwe (lig)stoelen en parasols. Wil je die gebruiken, dan moet je er wel rekening mee houden je voor de meeste huur moet betalen (per uur of dagdeel). Op sommige plekken zijn ze zelfs alleen toegankelijk voor gasten van het hotel dat daar bij het strand ligt. De blauwe banken die op La Prom zelf staan, met uitzicht op de zee, zijn wel gratis, maar daarom vaak de hele dag bezet.

 

Dagje kunst snuiven met Matisse en Chagall

Wil je alle bezienswaardige musea die de stad Nice rijk is gaan bezoeken, dan ben je wel een paar dagen bezig. Natuurlijk zijn er wel een paar aanraders bij uitstek. Daar kunnen het musée Matisse en musée Chagall zeker toe gerekend worden. Een bezoekje aan beiden voert je langs grote verscheidenheid aan schilderstijlen. Matisse is de grondlegger van het fauvisme, waarbij veel gebruik gemaakt wordt van sterk contrasterende kleuren. In het Matisse museum van Nice worden ook beeldhouwwerken en persoonlijke bezittingen van de kunstenaar ten toon gesteld. Chagall was een surrealistische schilder met werken die ook sporen van expressionisme, kubisme en fauvisme vertonen. Het museum werd nog tijdens zijn leven gevuld en je kunt er een goed beeld krijgen van zijn werk en ontwikkeling door de jaren heen. Een derde aanrader is het Musée d’art moderne et contemporain. Hier vind je een kleurrijke en zeer afwisselende verzameling van moderne kunstwerken, zowel schilderijen als sculpturen en beeldhouwwerken. Zo heeft het museum een grote collectie abstracte werken van Amerikaanse kunstenaars als Kenneth Noland, Frank Stella en popart van onder andere Andy Warhol en George Segal. Drie musea waarvan elke kunstliefhebber een dag, of langer, kan smullen.

 

De oude stad en de Promenade Paillon

De oude stad van Nice, nu Vieille Ville genaamd, ligt tussen de jachthaven en de Promenade des Anglais. Het is een typische oude wijk met veel kleine straatjes, steegjes en historische gebouwen. Je kunt er uren slenteren langs winkeltjes, restaurants en terrassen, waarbij het natuurlijk heel normaal is dat je jezelf af en toe laat verleiden ergens naar binnen te gaan of even neer te ploffen om iets te kopen, eten of gewoon voor een kopje koffie. Vanaf een bijna 100 meter hoge heuvel, de Colline du Chateau, aan de oostkant van de oude stad heb je een prachtig 360 graden uitzicht over Nice en de omgeving. Het kasteel op de heuvel, dat ooit het huis van Lodewijk de 14e was, is in 1706 vernietigd en nooit meer herbouwd. Naast het uitkijkplatform liggen enkele terrasjes en een restaurant. Aan noordzijde van de Vieille Ville is enkele jaren geleden een prachtige nieuwe boulevard ontwikkeld, De Promenade de Paillon is in de plaats gekomen van het lelijke oud betonnen busstation met dito parkeergarage. Nu kun je er genieten van een heerlijke wandeling. Langs de brede promenade wisselen grasvelden wandelpaden en waterpartijen elkaar af. De verschillende fonteinen zijn ook leuk voor kids, of papa’s en mama’s, die met water willen spelen.

 

Place Garibaldi en de Jachthaven

Wanneer je aan Nice en de andere plaatsen langs de Cote d’Azur denkt, dan is de kans groot dat je daarbij ook meteen een beeld vormt van decadent grote en luxe boten in jachthavens. In Monaco, Cannes en St. Tropez zijn zowel de havens als de jachten groter, maar ook in Nice heb je vanuit een terrasje op de kade van de Port Lympia een fraai uitzicht op de jachten die daar aanmeren. Ben je uitgekeken, of aangemeerd, neem dan de Rue Cassini vanaf de noord-west hoek van de haven. Nog geen 200 meter verderop ligt een van de bekendste en gezelligste pleinen van Nice, de Place Garibaldi. Het plein is eind 18e eeuw ontworpen door Antonio Spinelli. Je kunt er heerlijk genieten van een kopje koffie, lekkere lunch of uitgebreid diner bij een van de talrijke terrassen, brasseries en restaurants. Of je gaat er lekker zitten om mensen te kijken die langs komen. Daar krijg je ook makkelijk een paar uur mee om op Place Garibaldi. Het plein wordt letterlijk doorkruist door een trambaan en de Rue Cassini. Dat doet overigens aan de gezelligheid weinig af. Het geeft hooguit een nog beter beeld van hoe Mediterrane rust en Zuid-Europese hectiek hand in hand gaan.

 

Het klooster van Cimiez

Nice was ooit een stad, Cemenelum, van het Romeinse Rijk. Bij het klooster van Cimiez zijn een aantal opgravingen uit die tijd te bezichtigen. Van sommige Romeinse ruïnes is niet veel meer te zien dan de fundamenten. Maar de arena en enkele badhuizen zijn bijzonder goed bewaard gebleven. Bij de opgravingen ligt ook een klein museum waar archeologische vondsten uit de Romeinse tijd tentoongesteld zijn en je nog meer informatie over het leven in en om Cemenelum kunt bekijken, beluisteren en nalezen. Vergeet tijdens je wandeling langs de Romeinse resten niet ook een kijkje te nemen in de tuin van het klooster zelf. Die is prachtig ontworpen en aangelegd en een lust voor het oog en de wandelende natuurliefhebber. Het klooster van Cimiez en de Romeinse ruïnes liggen in het noorden van de stad. Dat is niet echt op loopafstand van het centrum of de Vieille Ville maar het is de korte reis per bus, taxi of tram meer dan waard. Je kunt je bezoek aan Cimiez en de opgravingen van Cememelum ook prima combineren met een bezoek aan het museum van kunstenaar Henri Matisse. Dat ligt namelijk precies tussen het klooster en de Romeinse opgravingen in.

 

Cours Saleya en andere Nicoise markten

In Nederland kennen we de weekmarkten en natuurlijk de Albert Kuyp. In Nice is de Cours Saleya het middelpunt van de professionele straatverkopers, gelegen aan de zuidzijde van de Vieille Ville. Bijna dagelijks, behalve op maandag, is er in de ochtend, tot ongeveer half twee in de vroege middag, een groente- en fruitmarkt. Een deel van de markt wordt op diezelfde dagen bevolkt door bloemenverkopers. Die kraampjes blijven tot het eind van de middag open. Het klinkt Nederlanders misschien vreemd in oren, een markt voor bloemen in Zuid-Frankrijk, maar de bloemenhandel speelde meer dan 130 jaar geleden een belangrijke rol in de ontwikkeling van de stad. Sindsdien is de Cours Saleya een verzamelplaats voor kwekers en bloemenverkopers. Op maandagen is de markt ook gewoon geopend, maar dan voor antiekhandelaren en -kopers. In de zomermaanden, van juni t/m september, wordt iedere avond de marché artisanal nocturne gehouden. Dan vind je er vooral lokale en regionale handgemaakte snuisterijen zoals keramiek, sieraden en speelgoed. Kortom, de Cours Saleya is een verzamelplaats voor markten waar die je tijdens een verblijf in Nice meerdere keren kunt bezoeken zonder telkens dezelfde producten te zien. Nice is een havenstad dus mag een vismarkt ook niet ontbreken. Die wordt iedere ochtend gehouden op de Place Saint-Francois.

 

Keuken

Je bent hem op een menukaart ongetwijfeld wel eens tegengekomen, de Salade Nicoise. Het bekendste gerecht uit Nice is een groene salade met bonen, tomaat, ui, knoflook, ei, olijven, ansjovis filets en tonijn. Toch is dat niet de enige lokale specialiteit. Socca is minstens zo bekend. Een hartige dunne pannenkoek, of crêpe, gemaakt van beslag met gemalen kikkererwten, olijfolie, water en eventueel peper, bosui of bladgroenten. Nice is door de eeuwen heen in handen geweest van diverse mediterrane staten en dat is ook te zien in het aanbod van restaurants. In de oude binnenstad vind je tientallen goede en soms ook zeer betaalbare Italiaanse, Spaanse, Franse, Algerijnse en zelfs Libanese restaurants. Oliviera aan de Rue du Collet is voor de liefhebber van olijven een aanrader. Eten op een heel bijzondere plek doe je bij Le Plongeoir. Een restaurant dat gebouwd is in een oude duiktoren bij de haven. Zin in een ijsje? Dan moet je eigenlijk naar Fenocchio. Deze Italiaanse ijssalon heeft meer dan 100 verschillende smaken ijs. Van de klassieke vanille, aardbei en chocola tot rabarber, tomaat-basilicum en olijf. En zoals het een goede stad aan de kust betaamt kun je er ook heerlijk eten in verschillende visrestaurants. Le café du Turin aan de Place Garibaldi is een aanrader.

 

Vervoer naar en in Nice

Nice is op een aantal manieren te bereiken. De snelste manier is via een rechtstreekste vlucht naar de luchthaven Nice – Cote d’Azur. Die ligt bijna letterlijk op loopafstand van het centrum. Zeven kilometer lopen over de Promenade des Anglais en je bent in hartje Nice. Niet dat lopen een serieuze optie is, met de koffers en andere bagage die je waarschijnlijk bij je hebt. Vanuit de luchthaven rijden shuttle bussen naar de stad en hotels, maar je kunt natuurlijk ook een taxi of het openbaar vervoer nemen. Met de trein naar Nice wordt ook steeds populairder. Zo’n reis met Thalys en TGV moet je wel goed plannen. In het meest gunstige geval ben je voor een paar tientjes en zonder al te veel overstappen binnen 10 uur vanuit Amsterdam in Nice. Ga je met je eigen auto naar Nice, wees dan slim en zorg dat je vooraf regelt waar je kunt parkeren. Behalve dat er niet al te veel parkeerplaatsen in de stad zelf zijn, zijn de tarieven voor parkeren, ook bij hotels, aardig gepeperd. In de stad zelf kun je je het beste te voet of met een gehuurde fiets, die op veel plekken staan en online, via sms of een smartphone app gereserveerd en/of betaald kunnen worden.

 

Veiligheid

Tot enkele maanden geleden had niemand kunnen denken dat veiligheid, behalve de bekende waarschuwingen voor zakkenrollers, een groot onderwerp zou worden in Nice. Sinds de aanslag met een vrachtwagen op de Promenade des Anglais, op de avond van de nationale feestdag, 14 juli, in 2016, is dat helaas wel het geval. Zoals andere steden die door dergelijk lot getroffen zijn is ook in Nice de veiligheid aangescherpt door extra agenten op straat en de plaatsing van extra betonnen afzettingen tijdens evenementen. Zoals altijd is het geven van een garantie dat nooit meer iets dergelijks kan gebeuren onmogelijk, maar er is geen reden om een bezoek aan Nice of omgeving te annuleren of van je stedentrip lijst te schrappen. Nog een algemene tip. Let goed op dat je niet in de wisseltrucs van veelal rondzwervende verkopers van souvenirs en andere waardeloze snuisterijen trapt. Die handelaars kom je vooral veel tegen op het strand en de boulevards van Nice. Vaak vergezeld door de bekende “balletje-balletje” oplichters. Sommige van deze verkopers kunnen nogal opdringerig zijn. Het beste is om ze te negeren en door te lopen of, als je op het strand ligt, je om te draaien. Zorg wel dat je je eigen bezittingen altijd in het oog houdt.

 

Geschiedenis

De eerste tekenen van menselijke bewoning in en rondom de plek waar nu Nice verrezen is dateren al van meer dan 400.000 jaar geleden. Archeologische vondsten bij Terra Amata wezen op het gebruik van vuur en de bouw van huizen. De stad zelf werd echter “pas” in de vierde eeuw voor Christus gesticht door Grieken die de Liguriërs verdreven en Nicaea oprichtten. Die naam was een verwijzing naar de Griekse godin van de overwinning, Nike. Tussen de Griekse tijd en 1860 toen Nizza, zoals de stad en het graafschap toen heetten, definitief bij Frankrijk gevoegd werd, heeft Nice gefloreerd, maar zeker ook geleden, onder vele heersers, volkeren en koninkrijken. In de Romeinse tijd werd naast Niceae de nederzetting Cemenelum gesticht dat later onderdeel werd van Niceae. In de zesde eeuw werd de Provence onderdeel van Frankrijk, maar sloot Niceae zich aan bij Italie. In de 1000 jaar die daarop volgden is Nice meerdere malen van Frans en Italiaans eigendom gewisseld en zelfs even in Oostenrijkse handen geweest. De stad heeft in de vroege middeleeuwen veel aanvallen van moslims moeten verduren. In de Tweede Wereldoorlog is het zowel door Italie als Duitsland bezet geweest. Tegenwoordig is Nice uitgegroeid tot een mondaine toeristenstad aan de Cote d’Azur.

 

Inwoners van Nice

Wanneer je de gemiddelde inwoner van de Cote d’Azur ziet dan snap je meteen waar de uitdrukking ‘Leven als God in Frankrijk” vandaan komt. Het is goed toeven aan de Franse zuidkust en Nice is zeker een van de prettigste vestigingsplekken. Dat is ook duidelijk te zien aan de diversiteit van de inwoners van Nice. Van oorsprong wonen er veel Italianen omdat de stad dicht bij de Italiaanse grens ligt en de leefomstandigheden in Nice veel beter waren dan aan de andere kant van de grens. De invasie van Engelse aristocraten en rijken in de 19e eeuw leidde er toe dat de schrijver Alexandre Dumas Nice in 1851 gekscherend een Engelse stad noemde waar je zo af en toe ook de lokale bevolking kon tegenkomen. Dat toonde vooral aan dat Nice ook toen al een populaire vestigingsplek was voor inwoners uit andere landen. In de jaren na WOII hebben zich in Nice veel inwoners gevestigd die afkomstig waren uit de Franse koloniën als Guyana en Martinique, maar ook Noord-Afrikaanse landen als Algerije en Tunesië. De afgelopen 40 jaar lijkt de migratie tot stilstand gekomen te zijn aangezien het inwonersaantal van Nice in die tijd, en nog steeds, rond de 350.000 is blijven steken.