Reykjavik

Reykjavik is een bijzondere stad. Om te beginnen is het de meeste westelijke hoofdstad van Europa, en ook nog eens de meest noordelijke. Hoewel het nooit extreem warm wordt, met als hoogste een gemiddelde maximumtemperatuur van 14.2°C in juli, wordt het ook nooit extreem koud: de koudste gemiddelde temperatuur is -2.4°C in januari. Daarbij is het inwonersaantal met nog geen 200.000 inwoners in deze hoofdstad vrij laag. Ter vergelijking: de gemeente Amsterdam heeft zo’n 850.000 inwoners. Reykjavik ligt te midden van een paar indrukwekkende natuurfenomenen: geisers, watervallen en natuurlijke thermale baden. De stad zelf is modern en uniek. Door de uitgestrekte ruimte om te bouwen is er vooral laagbouw, waar een paar iconische gebouwen bovenuit steken. De inwoners zijn vriendelijk en gastvrij. Daarbij zijn ze met recht zeer trots op hun geschiedenis en natuur, waardoor ze ook veel moeite steken in duurzaam en schoon wonen en leven. Het uitgaansleven in Reykjavik staat hoog aangeschreven. Overdag is het vrij rustig, maar in de avond zijn er hippe restaurantjes en barretjes. Ook worden er regelmatig grote evenementen gehouden. Door de betrekkelijk kleine oppervlakte van de stad, is het heerlijk eenvoudig om alles te voet te doen of op de fiets. Er is dan ook relatief weinig verkeer te vinden. Zo kun je met gemak langs alle bezienswaardigheden wandelen of een dagje uit winkelen. Enkel om buiten de stad iets te bezichtigen, ben je aangewezen op een (huur)auto of het openbaar vervoer. De rest van het land is namelijk nog dunner bevolkt dan de hoofdstad. Dat zorgt wel voor een hoop prachtige en rustige Het hele jaar door heeft Reykjavik een hoop moois te bieden, wat dit een ideale bestemming maakt voor een citytrip.

Meer info    
     
     

Bezienswaardigheden

In Reykjavik is een hoop moois te zien. Om alles te weten te komen over de rijke geschiedenis van het land, bezoek je het nationaal volksmuseum, dat na de Tweede Wereldoorlog werd gebouwd als symbool van onafhankelijkheid. Beklim de toren van de Hallgrímskirkja om de hele stad te overzien. Dat kan ook vanuit Perlan, een futuristisch complex met onder andere een ijs-museum. Nog een staaltje indrukwekkende architectuur zie je bij Harpa, en cultureel centrum. Om helemaal tot rust te komen kun je terecht bij één van de thermale baden. Of bezoek eens de indrukwekkende natuur buiten de stad!

 

Nationaal volksmuseum

Bij een bezoek aan een bijzondere stad als Reykjavik is het interessant om meer te leren over de geschiedenis van de stad en het land. In het Nationaal Museum staan een tweetal permanente tentoonstellingen en een aantal wisselende. Het werd gebouwd na 1944 als symbool van onafhankelijkheid en zelfstandigheid. Dat heeft geresulteerd in een modern en progressief museum. Eén van de permanente vertelt over de gehele geschiedenis van IJsland, vanaf de allereerste dorpjes en de Vikingen tot nu. Leer alles over het land, van kunst tot de levenswijze, de taal en de sociale omgang. Eén van de waardevolste attributen in het museum is de Valthjófsstadur, een middeleeuwse deur waarop allerlei taferelen zijn afgebeeld uit het legendarische 12e-eeuwse verhaal ‘Le Chevalier au Lion’. In de andere tentoonstelling bewonder je de collectie van zes verschillende culturele instellingen: geschiedenis, kunst en natuurhistorie. Het museum draagt bij aan het behoud van wel veertig historische gebouwen door het hele land. Voor zowel volwassenen als kinderen is het een interessant en leerzaam museum. De IJslandse naam is Þjóðminjasafnið, wat in bekender schrift neerkomt op Thjodminjasafn. Gelukkig zijn de tentoonstellingen ook in het Engels beschikbaar, zowel in schift als met audiogids.

 

Hallgrímskirkja

De Hallgrímskirkja is de grootste kerk van IJsland, met een toren die hoog boven Reykjavik uittorent dankzij de lage hoeveelheid andere hoogbouw in de stad. Dat maakt het dan ook één van de bekendste iconen van de stad. Dat is echter niet alles wat deze kerk zo bijzonder maakt. Het gebouw is ontworpen door staatsarchitect Guðjon Samúelsson, en de bouw heeft uiteindelijk veertig jaar geduurd. De inspiratie voor het ontwerp is te danken aan de grote typisch IJslandse rotspartijen en gletsjers. De top van de 73 meter hoge toren, te bereiken met een lift, biedt een prachtig uitzicht over Reykjavik en het omliggende berglandschap. In de kerk staat een eveneens indrukwekkend orgel van 15 meter hoog, met niet minder dan 5275 orgelpijpen. In juli en augustus worden elke middag gratis orgelconcerten gegeven. In de zomermaanden is hij van 9 tot 9 geopend, in de winter van 9 tot 5. Voor de kerk staat een standbeeld van Leifur Eiríksson (Leif Erikson), de eerste kolonist van IJsland. Hij was de eerste Europeaan die het continent Noord-Amerika ontdekte, nog voor Columbus dit deed. Dit beeld was een geschenk van de Verenigde staten.

 

Perlan

‘Perlan’ betekent ‘parel’, en in dit geval is die 25.7 meter hoog. Oorspronkelijk was de verzameling bouwwerken om de parel heen bedoeld voor de opslag van warm water. Het is een complex bestaande uit vijf watertanks. De zesde watertank is niet meer in gebruik en is omgebouwd tot een museum. Passend bij het land is dit een ijs-museum, waar uit echt ijs een grot is uitgehouwen. Dit is een zeer interessante beleving, en één wandeltocht door de grot waar het -10°C is, duurt tien tot vijftien minuten. Maak je geen zorgen: je krijgt een warm vest mee voor onderweg. Ook is er een interessante expositie over de gletsjers van IJsland. In de planning staat nog om hier een planetarium te openen, een museum voor het Noorderlicht en nog een natuurhistorisch museum. In het midden ligt een grote glazen koepel: Perlan. Dit is een cultureel centrum, met een aantal winkels, een cocktailbar, een observatiedek, een draaiend restaurant op de vijfde verdieping en een café waar een aantal award-winnende barista’s werken. Voor een traditioneel souvenir kun je terecht in de gift shop, één van de oudste souvenirwinkels van IJsland, waar ambachtelijke producten worden verkocht van materialen uit eigen land, zoals prachtige wollen sjaals en beeldjes van elanden.

 

Harpa

Harpa valt niet over het hoofd te zien in Reykjavik. Dit grote culturele en sociale centrum huist het IJslands symfonieorkest, de Reykjavik big band, de opera en het musicaltheater. Hoewel de bouw door de financiële crisis een tijd stil heeft gelegen, mag het eindresultaat er nu zijn. Er hebben meerdere architecten gewerkt aan het gebouw. De designer van het zuidelijke deel wilde light, kleur en natuur gebruiken om te testen hoe geluid, beweging en de samenwerking van lichaam en brein invloed hebben op onze perceptie van de omgeving. De andere architectengroep heeft duurzaamheid gecombineerd met de Scandinavische traditie. De energie die in het gebouw wordt gebruikt, is volledig groen. Het water wordt rechtstreeks uit natuurlijke waterbronnen van Reykjavik getapt en hoeft niet bewerkt te worden. Echt vers natuurwater dus. Doordat het hele gebouw van glas is gemaakt, wordt bespaard op verlichting. In 2013 mocht Harpa dan ook meerdere architectuurprijzen in ontvangst nemen. Alles aan het hele gebouw is modern, duurzaam en indrukwekkend. Naast concertzalen zijn er twee grote restaurants en winkels. Door het hele gebouw heen worden tours gehouden onder begeleiding van een gids. Zo hoef je geen enkel detail van dit meesterbouwwerk te missen.

 

Gouden driehoek

Vanuit Reykjavik kun je een drietal prachtige natuurfenomenen bezoeken. Deze worden in de volksmond ook wel ‘the golden circle’ of ‘de gouden driehoek’ genoemd. Deze zijn bereikbaar met een (huur)auto, of met busreizen. Het zijn drie uitersten op natuurgebied: de Mid-Atlantische rug nationaal park Þingvellir, de waterval bij Gullfos en de heetwaterbronnen Geysir. In Þingvellir, 23 km van Reykjavik af, komen de tektonische platen van Noord-Amerika en Europa bij elkaar. Of beter gezegd: hier drijven ze uit elkaar. Daardoor zijn er mooie rivieren, watervallen en meren ontstaan. Er mag gedoken worden tussen de twee platen in. ‘Geysir’ herken je misschien al een beetje. Naar deze geiser zijn alle andere geisers in de wereld vernoemd. Vertaald uit het IJslands betekent het ‘spuiten’. Helaas kan Geysir zelf niet meer veel sinds er chemicalieën in zijn gedaan om het spuiten te bevorderen, maar eromheen liggen meerdere andere geisers. Strokkur bijvoorbeeld spuit elke acht tot tien minuten tot 30 meter de lucht in. Gullfoss is de beroemdste waterval van IJsland, en waarschijnlijk ook de mooiste. Letterlijk betekent het ‘Gouden waterval’, hoewel de oorsprong van die naam niet te verklaren is. Desalniettemin is het een schitterende 32 meter hoge waterval, die naar beneden stort in een indrukwekkend ravijn.

 

Thermale baden en Nauthólsvík

In Reykjavik mag het dan wel het grootste deel van het jaar vrij koud zijn, dat houdt niemand tegen om te zwemmen. De stad is namelijk rijk aan thermale baden, die bekendstaan om hun geneeskrachtige werking. Eén van de bekendere baden nabij het centrum van Reykjavik is Blue Lagoon, in het hart van een lavaveld. Het water is geothermisch opgewarmd tot zo’n 37°C en bestaat uit een mengeling van zout en zoet water, waarin silica en algen zitten. Dat zorgt niet alleen voor een ontspannen gevoel, maar is ook nog eens goed tegen huidproblemen, reuma en artritis. Daarnaast is het gewoon een prachtig uitzicht, vanuit het warme water op de besneeuwde bergen. Duik je toch liever de zee in, breng dan een bezoekje aan Nauthólsvík. Dit straks is volledig aangelegd. Het zand is daar gestort om een mediterraans sfeertje aan de badplaats mee te geven. Ook hier komt geothermisch opgewarmd water aan de oppervlakte, dat dankzij enkele verbouwingen in zee wordt gemengd met het koude zeewater. Zo ontstaan een aangename temperatuur waardoor je bijna het hele jaar door kunt zwemmen (hoewel het in de winter toch wat fris wordt). Er zijn warme douches, kleedruimtes en horecagelegenheden, waardoor je een echt dagje strand kunt hebben!

 

Talen en valuta

De officiële taal van IJsland is IJslands. Hoewel het tot de Scandinavische talen behoort, is het zelfde voor de overige Scandinavische landen niet zomaar te verstaan. Het schrift komt grotendeels overeen met het Nederlandse, hoewel er verschillende letters aan zijn toegevoegd: Áá, Éé, Íí, Óó, Úú, Ýý, Ðð (eth), Þþ (thorn), Ææ en Öö . Dit in combinatie met de vrij ingewikkelde grammatica maakt het IJslands geen makkelijke taal om te leren. Gelukkig wordt Engels goed tot zeer goed gesproken, vooral in een toeristischer gebied als Reykjavik. Er wordt betaalt met IJslandse kronen, met op alle munten zeedieren afgebeeld. Eén kroon bestaat uit 100 Eyrir. Echter is 1 kroon al zo weinig waard, dat de Eyrir helemaal niet meer gebruikt wordt. Hoewel de wisselkoers blijft veranderen, is één kroon zo’n 0.008 euro. Of makkelijker: 1 euro is bijna 130 kronen. Reykjavik staat net als andere Scandinavische steden niet bekend om de lage kosten, en hoewel het toeristenleven duurder is dan veel andere steden, valt het tegenwoordig wel te overzien. Door de economische dip zijn de prijzen flink gedaald, voor zowel de reis ernaartoe als het leven daar. Goedkoop is echter nog steeds anders.

 

Vervoer

Reykjavik ligt op z’n veertig kilometer van het internationale vliegveld af. Er rijden echter de hele dag door bussen, waarmee je makkelijk de stad kunt bereiken. Ben je van plan nog buiten Reykjavik te reizen in IJsland, dan is het raadzaam om een auto te huren. De wegen zijn lang en uitgestrekt, en tussen de steden in is er heel veel lege natuur. Dat is prachtig om te zien, maar absoluut niet geschikt om te lopen. In de stad zelf ligt wel alles op loopafstand, waardoor het openbaar vervoer gebruiken eigenlijk vrijwel niet nodig is. Mocht je dat toch willen doen, dan kan dat uiteraard wel. Ongeveer elk kwartier rijdt een bus, in de avond om het half uur. De bussen zijn schoon en niet erg duur, voor IJslandse maatstaven. De inwoners zelf maken er echter vrij weinig gebruik van, waarschijnlijk ook omdat het hebben van eigen vervoer wel belangrijk is in het land. In de bus kun je ook geen wisselgeld krijgen voor je kaartje, dus zorg voor contant geld of voor een dagkaart. Er rijden ook taxi’s, die een wettelijk vastgesteld tarief moeten hanteren. Ook deze tarieven zijn niet extreem hoog.

 

Keuken

Net als in een hoop andere steden aan het water, kent de keuken van Reykjavik vooral veel visgerechten. Ook wordt lam en schaap veel gegeten. Er zijn honderden manieren om vis klaar te maken: rauw, koken, stomen, roken, drogen, bakken, grillen, of in het zuur. Vis drogen is al sinds de Vikingtijd een IJslandse traditie. Bijvoorbeeld de snack Hardfiskur, reepjes gedroogde vis met boter. Vrij bekend ook is Hákarl. Dit is haaienvlees dat zes weken toe drie maanden onder de grond bewaard wordt. Daarna moet het nog eens twee maanden drogen in de wind. Dat levert een intens stinkend stuk vlees op. Veel vleesgerechten heten slátur, deze bestaan allemaal uit schaapsorganen. Ook andere onderdelen van het schaap zul je veel terugvinden: Svið (gekookte schapenkop), Hangikjöt (gerookt schapenvlees) en Lyfrar pylsa, een soort bloedworst. Voor een drankje kun je ook overal terecht. Als fervent koffiedrinkers hebben de inwoners van Reykjavik vele koffiehuizen, waarbij je meestal een gratis refill krijgt. Voor een echt stevige drank kun je de nationale drank, Brennivín, proberen. Het wordt ook wel ‘black death’ genoemd en het bevalt minimaal 60% alcohol. Het wordt gemaakt van gefermenteerde aardappelpulp met komijn of karwijzaad. Dat zorgt voor een bijzonder stevig drankje.

 

Inwoners

Heel IJsland heeft bijna 289.000 inwoners, waarvan bijna de helft in Reykjavik woont: zo’n 115.000 in de stad zelf in 189.000 als je kijkt naar heel ‘Groot-Reykjavik’. In verhouding is dat veel, maar nog steeds heeft de stad eigenlijk een laag aantal inwoners. Sterker nog, er zijn jaarlijks meer toeristen dan inwoners, wat ook te danken is aan de sterke daling van de kosten om naar IJsland te kunnen reizen. Dit zorgt wel ervoor dat de regering probeert het aantal toeristen in te dammen. De inwoners hechten veel waarde aan familierelaties en traditie. Ze staan bekend als individualistisch, zelfstandig, vriendelijk en ruimdenkend. Bovendien zijn ze zeer gastvrij, als ze je eenmaal een beetje hebben leren kennen. Er is weinig criminaliteit en vrijwel geen armoede. Ook wordt zeer goed samengewerkt om alles schoon en netjes te houden. Wel zul je graffiti vinden door de stad heen, maar dit is hier ‘street art’, waarmee soms wel metershoge kunstwerken gemaakt worden. Deze instelling van de inwoners is te danken aan het goede onderwijs en de vooruitstrevende samenleving. Er is ook relatief weinig verkeer, en binnen de stad wordt het meeste ook lopend of op de fiets gedaan.

 

Reisdocumenten en praktische info

IJsland is sinds 2001 lid van de Schengen-landen. Om als Europeaan naar Reykjavik te mogen reizen, hoef je geen visum aan te vragen. Wel heb je een geldig paspoort of een geldige identiteitskaart nodig, dat nog minstens drie maanden geldig is na de terugreisdatum. Ook kinderen jonger dan twaalf hebben gewoon eigen identificatiepapieren nodig. Neem je apparatuur mee, dan heb je geen reisstekker nodig: net als in Nederland is er een lichtnet van 220-240 Volt met dezelfde stopcontacten. De medische zorg in heel IJsland staat op zeer hoog niveau. Eigen geneesmiddelen mag je voor een periode van 100 dagen meenemen. Zorg wel voor een goede reisverzekering: niet alle verzekeringen dekken zomaar alle ongevallen in het buitenland. Datzelfde geldt voor het verzekeren van je spullen. Hoewel je goede hulp krijgt, zijn eventuele kosten natuurlijk wat minder prettig. Kapotte apparatuur zoals telefoons valt bij sommige reisverzekeringen niet onder de dekking. Ook hierbij is het raadzaam van tevoren te checken of je spullen goed verzekerd zijn. Het kraanwater in Reykjavik is van zeer hoge kwaliteit. Het is in IJsland één uur vroeger dan in Nederland, maar er is hier geen zomertijd: dan is het twee uur vroeger dan in Nederland.