Trier

Trier is een stad in Duitsland, gelegen in de valei van de rivier de Moezel. De stad is met rond de 100.000 inwoners niet zo groot en zit bomvol historie. De stad is gesticht door de Kelten in de 4e eeuw voor Christus. Daarna hebben de Romeinen de stad veroverd en tot hun hoofdstad van het Westelijke romeinse Rijk gemaakt. Veel van wat de Romeinen hebben gebouwd in Trier is bewaard gebleven. Dit maakt de stad tot een bijzondere plek om te bezoeken. Maar niet alleen de Romeinen hebben veel invloed op de stad gehad. Nadat die weg waren, is de macht in de stad overgenomen door de Aartsbisschoppen. Dit heeft geresulteerd in een bijzonder kathedraal, de Dom en een heel mooie kerk, de Liebfrauenkirche. De universiteit van Trier is in 1473 voor het eerst geopend. Nadat hij in 1793 door de Franse bezetter was gesloten, is hij in 1970 in ere hersteld. De zo’n 15.000 studenten aan de Universiteit, maken van de stad een levendige plaats, waar je fijn en niet te duur kan eten en drinken. Aan de zijden van stad strekken de hellingen van de Moezel zich uit. Je kan hier heerlijk wandelen door de wijngaarden en de bossen. De naburige dorpen hebben zich gespecialiseerd in de wijnteelt en je kan hier de wijnkelders bezoeken om de bijzondere wijnen van de streek te proeven. Het klimaat in de stad en de omgeving is zeer aangenaam. Doordat de stad op een warme zuidhelling ligt, wordt de bodem makkelijk opgewarmd en zo is het ook in de winter aangenaam toeven.

Meer info    
     

Bezienswaardigheden

Trier is een stad waar je op aangename manier zal verrast worden. De boeiende geschiedenis zal je overal terug vinden. Wat is nu leuker dan door een Romeinse soldaat door de oorspronkelijke stadspoort te worden rondgeleid? Behalve de resten van de gebouwen en baden uit de Romeinse tijd, vindt je veel mooie Middeleeuwse gebouwen. De musea zijn toonaangevend in hun collecties. De stad is gezellig en aangenaam toeven, de terrasjes, de parken en de drukte langs de rivier. Geniet van de mooie wijnen en beleef een topvakantie op een plek die makkelijk vanuit ons land te bereiken is.

Sint Pieters kathedraal (Dom)

De Dom van Trier is het oudste kathedraal van Europa. In de Romeinse tijd stond hier het paleis van Helena, de moeder van Constantijn. In de 4e eeuw is het paleis afgebroken, zodat hier het grootste kerkencomplex van die tijd kon worden gebouwd. De opdrachtgever, keizer Constantijn, was de keizer die het christendom legaliseerde. In 326, liet hij zowel in Rome als in Trier een Sint Pieter kathedraal bouwen. Nog steeds bevat een deel van de Dom, een originele Romeinse muur van 26 meter hoog. Ook al is de Dom in de 5e en 9e eeuw verwoest, het is telkens weer opgebouwd. Alle delen die nog overeind stonden na de verwoestingen, zijn in de Dom verwerkt gebleven. Hierdoor bevat het kathedraal de verschillende bouwstijlen van de afgelopen eeuwen. In de kelders van de Dom kan je de oude fundamenten van het Romeinse paleis bezichtigen. Het kathedraal is beroemd geworden om de speciale relieken die het in bewaring had. Helena heeft volgens overlevering een pelgrimstocht naar Palestina gemaakt en heeft tijdens die tocht vele heilige relikwieën ontdekt en meegenomen. Een ervan is de heilige rok die Jesus op weg naar het kruis zou hebben gedragen. Dit relikwie is nog steeds in de Dom aanwezig en op 2012 aan het publiek getoond.

Romeins Trier

Trier wordt het tweede Rome genoemd en was lange tijd de hoofdstad van het westelijke Romeinse rijk. Er zijn nog veel ruïnes en gebouwen overgebleven uit deze tijd. Het mooist bewaard gebleven gebouw is de Konstantinbasilika, de kroonzaal van de keizer Constantijn. De Basiliek is een grote kamer van 67 meter land, 27 meter breed en 33 meter hoog. Van de vier stadspoorten staat er nog een overeind, de Porta Nigra. De bouw begon in 185. Een Griekse kluizenaar liet zich in de poort inmetselen, waardoor het een kerk is geworden. Napoleon heeft de poort weer in zijn oorspronkelijke staat laten terugbrengen. Het Romeinse amfitheater, dat plaats heeft voor 20.000 mensen, vindt je net buiten de stadswallen. Onder de arena vindt je de kelders, waar de wilde beesten en slaven werden gehouden. Tijdens openlucht voorstellingen kan je genieten van de goede akoestiek. Belangrijk in het Romeinse leven waren de baden, de Kaiserthermen zijn goed bewaard gebleven en laten zien dat de Romeinen nogal megalomane ideeën hadden. Deze baden zijn nooit afgekomen omdat ze te groot waren. Andere badhuizen waren de Barbarathermen en de Thermen am Viehmarkt. Over de rivier staat nog een Romeinse brug, die nog steeds wordt gebruikt.

Hauptmarkt

De Hauptmarkt van Trier vormt het hart van de stad. Nadat de Vikingen in 882 de oorspronkelijke markt aan de rivier hadden geplunderd en verwoest, is de markt verplaatst naar de huidige plek. Het marktkruis, midden op het plein, staat daar sinds 958. Aan de markt vindt je schitterende panden en vakwerk huizen uit de 17e eeuw. Het pand uit rode baksteen is de Steipe, het bankethuis van de gemeenteraad. Van de 10e tot de 12e eeuw is er 300 jaar lang, een strijd om de macht in Trier geweest, tussen de aartsbisschop en de inwoners en handelaren van de stad. Via de Steipe kom je in de stadskerk St. Gangolf. Dankzij een donatie van een rijke slagersvrouw, kon de toren van de Stadskerk, hoger worden gebouwd dan die van het de Dom. De aartsbisschop had niet zoveel geld, hij kon maar een van de torens van het kathedraal verhogen. Op de markt vindt je de Petrusbrunnen, een fontein die in 1595 aan de bevolking van de stad werd geschonken, omdat de stad nooit een vrije keizerlijke stad heeft kunnen zijn. Regelmatig is er een groente en fruitmarkt op het plein en er zijn vele cafe’s en restaurants, met gezellige terrasjes. Natuurlijk wordt hier jaarlijks een kerstmarkt gehouden.

Keurvorstelijk Paleis en Park

Wil je even bijkomen in een groen park, dan is het keurvorstelijk paleis een prima plek om naar toe te gaan. Het paleis is gebouwd in 1615 en wordt als een van de mooiste rococo paleizen in de wereld gezien. In de 17e eeuw was het paleis de woon- en werkplaats van de keurvorsten van het Aartsbisdom Trier. Napoleon haalde de keurvorsten uit hun macht en daarna heeft het paleis als kazerne gediend voor de Franse en Pruisische troepen. Tegenwoordig is het paleis in gebruik als district administratie kantoor en is het maar zelden van binnen te zien. Het paleis is het mooiste aan de zuidvleugel met de schitterend witte trappen, de meest extravagante beeldhouwwerken en roze pleisterwerk op de muren. Deze kant ligt aan de prachtig aangelegde tuinen, waar groene grasvelden, eeuwenoude bomen en waterpartijen met fonteinen elkaar afwisselen. In de in Barokke stijl aangelegde tuin, staan bijzondere standbeelden en sculpturen die je even terug in de tijd voeren. In de tuin vindt je de resten van de oude middeleeuwse stadsmuur. Aan het eind van de tuin is het Rheinisches landesmuseum. Het paleis zelf, ligt net achter de Basiliek waar keizer Constantijn zijn kroonzaal had.

De musea van Trier

Met zoveel historie als Trier, zijn er in de stad natuurlijk ook een aantal mooie musea. Het Rheinisches Landesmuseum is het topmuseum van de stad en heeft een uitgebreide archeologische collectie. De periode die het museum bestrijkt loopt van de eerste menselijke bewoning in de streek met Keltische graven en overblijfselen van de La Tène cultuur via de Romeinse, Frankische en Middeleeuwse tijd, tot de vroege moderne periode met voorwerpen in de Romaneske en Gotische stijl. Het zwaartepunt van de collectie ligt op de Romeinse periode, daarvan heeft het museum een unieke collectie. Het Museum am Dom is het museum dat aan het kathedraal verbonden is. Het is gehuisvest in een mooi en licht gebouw, waar ooit een Pruisische gevangenis in heeft gezeten. Het topstuk van dit museum zijn de gerestaureerde Constantijnse plafondschilderingen die in het keizerlijk paleis en kathedraal hebben gezeten. Het gemeentelijke museum, het Stadtmuseum Simeonstift dat naast de Porta Nigra staat, herbergt het originele marktkruis en Petrusbronnen. Deze staan in een mooie tentoonstelling over hoe de stad er rond 1800 uitzag. Het stadsmuseum is gevestigd in het Simeon’s college dat in de 11e eeuw de woning van priesters was. De houten vloeren van het museum zijn origineel uit 1060.

Wijnproeven en de wijnwandeling

Het Moezeldal is beroemd om zijn wijnen en Trier is het hart van deze wijnstreek. Door de steile hellingen van het rivierdal kunnen de wijnranken elk druppeltje zonlicht opnemen. De grond van leisteen, zorgt ervoor dat de zon de grond overdag opwarmt en deze warmte ’s nachts langzaam weer afgeeft. Hierdoor is het klimaat in het Moezeldal veel warmer dan de rest van Duitsland. Door de zon, de warmte van de grond en doordat de grond mineraalrijk is, is er een perfecte plek ontstaan om druiven te kweken. En van deze zondoorstoofde druiven worden de heerlijkste wijnen gemaakt. Wil je meer weten over de teelt van druiven en het maken van wijn dan kan je het Trier wijncultuur pad, Weinlehrpfad, lopen. Dit is een informatieve wandelroute van 1,6 km, waar je alles over de Moezelwijnen en wijnmaken zal leren via informatieborden. Het pad begint bij het Romeinse amfitheater en loopt door de wijngaarden naar Olewig een echt wijndorpje. Hier kan je naar een van de dienstdoende wijnboerderijen gaan en de wijnkelders bezoeken. Natuurlijk kan je dan meteen de heerlijke wijnen proeven en vaak kan je daar ook een hapje bij eten.

Eten en drinken in Trier

Duitsland staat niet echt bekend om zijn grootse culinaire prestaties. Het eten is voornamelijk calorierijk en voedzaam. Ook in de Moezelstreek is het eten te beschrijven als hartig en het is voornamelijk gebaseerd op aardappelen. Dat wil niet zeggen dat je niet lekker kan eten in Trier. Er zijn vele plaats en waar je de lokale streek gerechten kan eten. Dan moet je denken aan Sauerbraten, stoofvlees dat gemarineerd is in kruiden, azijn en wijn. Een gerecht dat nog uit de Romeinse tijd bestaat en traditioneel gegeten wordt met Knödel, de gekookte aardappel knoedels, rodekool en appelmoes. Leberknödel zijn knoedels gemaakt van lever, uien, brood, kruiden en specerijen, met soms spek erin. Knoedels zijn duidelijk geliefd in het zuiden van Duitsland. Ze komen in vele soorten, van Dampfnudel, eenvoudige balletjes van gegiste meel, gekookt in melk en boter, tot de bovengenoemde leverknoedels. Niet iedereen kan aan de smaak wennen en je kan gelukkig vaak ook gebakken aardappeltjes of frietjes bij je eten krijgen. Natuurlijk zijn er ook de schnitzels en bratwursten, de sauerkraut en kartoffelsalat. Veel gerechten hebben een wat zurige smaak, gelukkig zijn Duitsers goed in het maken van taarten en gebak, die alles weer goed maken aan het einde van een maaltijd. Voor traditioneel eten kan je aan de Hauptmarkt terecht bij Domstein, waar je van echte Romeinse specialiteiten tot traditioneel Duits eten hebben. Speciaal bij de Domstein kan je Mulsum, honingwijn, krijgen een heerlijk drank die niet voor niets de drank der goden wordt genoemd. Ook aan de Hauptmarkt ligt Weinstube Kesselstatt waar je de beroemde Moezelwijnen kan proeven en lekker kan eten. In de Historischer Keller aan de Simeonstraße kan je in de oude gewelven van echt Taveerne eten genieten. Bij goed eten hoort ook goede drank. In Trier kan je behalve de wijnen, natuurlijk ook goed Duits bier krijgen, de lokale specialiteit is Bitburger pils.

Verkeer en vervoer

Trier ligt 420 km van Amsterdam, ter hoogte van Luxemburg stad, dicht bij de Duitse grens. Er zijn veel goed parkeergelegenheden in en rond het centrum van de stad. Het dichtstbijzijnde vliegveld is Luxembourg Airport, met goede trein en bus verbindingen naar Trier. In Trier is een treinstation, Trier Hof, met verbindingen van en naar alle belangrijke Duitse steden. Er zijn ook een aantal mooie lange afstand fietsroutes, die langs de stad komen. In de stad is een goed openbaar vervoer netwerk met bussen. De meeste bezienswaardigheden van de stad, zijn echter in het historische centrum en daar is alles goed te belopen. Een groot deel van het centrum is zelfs voetgangersgebied en omdat Trier niet zo groot is, kan je hier heerlijk wandelen. Wil je de omgeving bekijken, kan je een georganiseerde dagtocht doen, een fiets huren of gaan wandelen. Natuurlijk kan je, als je zelf met de auto bent, heerlijk over de Duitse wegen toeren en de schitterende omgeving van Trier verkennen. Over de rivier de Moezel, kan je leuke vaartochten maken, met uitzicht over de wijnvelden, de steden en dorpen en de kastelen die dat alles bewaken.

Veiligheid

Duitsland geldt als een zeer veilig land, met lage criminaliteit cijfers, het land is zelfs veiliger dan Nederland. Dat maakt een verblijf hier wel zo fijn. Trier is een gemoedelijke studentenstad met veel welvaart. Let, zoals altijd in elke stad, goed op je spullen en zorg dat je mobieltje niet op drukke plekken uit je hand gegrist kan worden. Met de vele studenten in de stad, is het wel goede zaak om je fiets, als je die bij je hebt, goed op slot te doen en het liefst ergens aan vast te ketenen. Op drukke plekken kan het voorkomen dat er zakkenrollers actief zijn. Verder zal mogelijk je grootste ergernis, hoogstens een toeristische wijntocht zijn, waar ze net iets te veel in het uitmelk stadium gekomen zijn. Vraag van te voren hierover bij de receptie van je hotel of het plaatselijke toeristische informatiepunt. Je zal naar die tocht worden verwezen, waar ze vol enthousiasme je rondleiden in de wijnkelders waar ze zo trots op zijn. Het verkeer in de stad is rustig, er zijn geen speciale emissiepassen nodig om in het centrum te rijden. Kortom, Trier is een rustige stad om comfortabel te ontspannen.

Visum en Vaccinaties

Duitsland is een van de grootste lidstaten van de Europese Unie en is als zodanig vrij te betreden voor iedereen met een Nederlands paspoort. Je moet een geldig paspoort in je bezit hebben om je te kunnen identificeren. Duitsland heeft ook het Schengen akkoord getekend en je kan daarom vrij in en uit het land rijzen. Let wel op de regels voor de vrije in- en uitvoer van spullen, als je met een kofferbak vol met die heerlijke Riesling wijn naar huis gaat, zal men toch niet erg blij met je zijn. Vaccinaties zijn er voor een stedentrip naar Trier niet nodig. Ook zijn er geen andere infectieziekten waar je zorgen over hoeft te maken. De stad en het land zijn hierin gelijk, aan als wat we thuis gewend zijn. Pas al je naast je verblijf in de stad, langere tijd en in het tekenseizoen in de natuur gaat kamperen, dan kan je kans hebben op een beet van besmette teken. Er zijn twee zeer lastige ziekten die je via een tekenbeet kunnen besmetten. De eerste is de ziekte van Lyme, let op of er een rode vlek ontstaat rond de tekenbeet, dan moet je naar de huisarts voor een anti-biotica kuur. Er is dan ook een kleine kans op besmetting met teken encefalitis, een ziekte met een mogelijk dodelijke afloop. Hiervoor bestaat een vaccinatie en dat is zeer aan te raden als je veel in de Europese natuur zal kamperen.

Geschiedenis van Trier

Trier wordt gezien als de oudste stad van Duitsland. De eerste overblijfselen van het verblijf van mensen, stammen uit het neolithicum, zo’n 5000 jaar vC. In de eeuwen voor de Romeinse verovering, leefde in het gebied de Keltische stam de Treveri. De Treveri werden zo genoemd door de Romeinen, die de stad in het jaar 30 vC, de naam Augusta Treverorum hadden gegeven. De Romeinen introduceerden de wijnbouw op de warme zuidhellingen van de rivier en daar is de stad en streek nog steeds beroemd om. Er zijn veel Germaanse opstanden geweest, tegen de Romeinse bezetter, later probeerden de Franken en zelfs Atilla de Hun, de stad te veroveren. Pas in het jaar 475, na bijna 500 jaar in Romeinse handen te zijn geweest, werdt Trier officieel een Frankische stad. Het Christendom had echter zijn greep op de stad en vanaf 902 was de stad in handen van de aartsbisschoppen, die pas in de 17e eeuw de stad weer uit handen gaven. Frankrijk en Duitsland hebben lang en veel om het bezit van de stad gevochten, de stad is vaak verwoest geweest en het inwonertal is vaak tot een handvol mensen gedaald. Pas na WWII is de vrede wedergekeerd en kan de stad weer genieten van zijn eigen rijkdom.